
Mark Verheijen hield dit jaar de Venlolezing. De wethouder vertelde daarin hoezeer hij de zesjescultuur in de stad verafschuwt en brak een lans voor meer vrouwen op topposities. Voor Kloeken.nl luisterde ik naar de lezing.
Een zesje voor de Venlolezing
Mark Verheijen hield eerder deze week de Venlolezing. De talentvolle politicus maakte daarin gehakt van de mentaliteit van veel Venlonaren. Er heerst een zesjescultuur waarin uitblinkers niet de waardering krijgen die ze verdienen, zo betoogde de wethouder. Die kreet is me uit het hart gegrepen. Juist daarom is het zonde dat Verheijen met zijn lezing ook niet hoger scoorde dan een zesje.
Ik moet eerlijk zeggen dat ik dat oordeel pas definitief velde toen ik het betoog thuis in alle rust teruglas. Dinsdagavond in de parterre van het stadhuis verdrong de vlotte presentatie het gebrek aan inhoud naar de achtergrond. Dat is de kracht van Verheijen: hij is charismatisch en welbespraakt. Schalks maakte hij wat kwinkslagen over zijn geaardheid in combinatie met een bezoek aan de sauna en de zaal at uit zijn hand. Verheijen is de Pietje Bell onder de wethouders, niemand kan zo berekenend onnozel kijken.
In zijn betoog over de zesjescultuur in de stad kwam Verheijen niet verder dan een dikke verbale middelvinger naar iedereen die het stadsbestuur de afgelopen jaren te ambitieus heeft genoemd. De wethouder klopte zichzelf op de borst, alle criticasters werden weggezet als gemakzuchtig en fantasieloos. Zonder zijn theorie uit te werken of voorbeelden te noemen ging hij daarna verder naar het volgende punt in zijn betoog: het gebrek aan vrouwen op topposities. Verheijen deed de oproep die anderen eerder hebben gedaan: meer vrouwen in de top van bedrijven en clubs en in de politiek . Ook hier geen inbedding van het probleem, laat staan een oplossing. De spreker beperkte zich tot een opsomming van succesvolle Venlose vrouwen uit heden en verleden en een Verheijiaanse knipoog waarin hij zichzelf een tuinbroek aantrok.
De eerste twee Venlolezingen werden gehouden door Miel Theeuwen en Marcel Tabbers. Vooraf was al duidelijk dat er een groot verschil zou zijn tussen hun betogen en het verhaal van Verheijen. De wethouder was juist gevraagd omdat hij een andere stroming en andere denkbeelden vertegenwoordigt en de Venlolezing geen speeltje wil zijn van een kleine kliek gelijkgestemden. Het pompte mijn verwachtingen op, Verheijen had een onontgonnen terrein voor zich. Daarom is het teleurstellend om te moeten concluderen dat het grote verschil vooral zat in de inspiratie, die na de eerste twee lezingen jubelend opborrelde en deze week uitbleef. Dat het retorische talent van Theeuwen achterblijft bij dat van Verheijen en dat de schunnige bon mots in de eerdere lezingen ontbraken doet daar niets aan af.
Een zesje dus, die Venlolezing, waarin stads grootste politieke talent geen open deuren intrapte maar een zwierige sliding maakte door een al openstaande deur. Een door hem zelf zo verafschuwd zesje. Verheijen krijgt een herkansing. Aan het einde van zijn betoog gaf hij aan dat hij een eerste bijeenkomst wil organiseren die moet leiden tot meer vrouwen in de top. Die bijeenkomst wacht ik met interesse af. Het biedt de wethouder de gelegenheid om zijn cijfer op te krikken.
