
Hij staat voor de spiegel die vastelaovend is. Door het licht in de Venlonazaal hangt er een gordijn van blauw over het gezicht van de nieuwe prins. Zijn mondhoeken dansen mee met de pasjes van zijn benen. Een gelukkige Venlonaar, om hem heen een hoedenzee.
Ik ben de eerste die hem interviewt. Omdat het zeldzaam is, een Marokkaanse prins carnaval. Een witte raaf in de stad van de naate raaf. Daar moet naar gevraagd, al is de vraag onnozel. Prins Abbie hoort bij Venlo en houdt van vastelaovend, de rest is genetisch toeval. Ook andere prinsen zijn op hun manier zeldzaam: ze kweken wandelende takken of lusten geen bokbier.

Aan de bar wordt gegrapt, over de eerste chocoprins en de aanstaande boerkabroelof. De spiegel doet zijn werk. Hij kijkt er nog eens in. In een hoek schrijft een verslaggever van een landelijk dagblad haar blocnote vol. Van achteruit de zaal nadert de bekende blonde politicus. Die legt de hand op zijn schouder en feliciteert hem.
De prins lacht in de spiegel, heeft maar één vraag voor de man.
'Waar is uw hoed?'
